Ik ben geen James Worthy

Waar dit stukje heengaat weet ik niet. Ik heb wel iets in mijn hoofd of op mijn lever en wil daarover schrijven, maar welke vorm, hoe het eindigt: ik laat het maar gebeuren, en als het af is ben ikzelf nog het meest verrast over wat ik heb geschreven.
Zo gaat het immers vaker en het is iets waar ik langzaam in ben gaan geloven: dat ik dat kan. De teugels (een beetje) loslaten. Me niet verliezen in de aankleding die een tekst aantrekkelijk maakt, maar juist in de woorden zelf. Ik vind het fijn om zo te schrijven, je zou zelfs kunnen stellen dat ik het als bevrijdend ervaar.

Ik, het journalistje, ben gewend aan kapstokken, stramien, structuren, schema’s, research en kaders. Schrijven in een dagboek heb ik nauwelijks gedaan, associatief schrijven was iets dat mij slechts met echo’s van verre kusten bereikte, en veel ging dan over verwerken, loslaten en andere, soms nuttige, zweefkoek. Soms ving ik iets op dat meer mijn interesse had: schrijven zonder plan om meters te maken, om te groeien in de schrijfkunst. Ik besloot het een kans te geven: zonder al te veel nadenken mijn observaties, ideeën en gevoelens aan een scherm of pen toevertrouwen en dan anderen lastig vallen met deze woordsoep. Fuck voorbereiding, fuck structuur. Alleen ik en de oneindige reeks mogelijkheden die 27 letters te bieden hebben. 27 letters, ja. En dit dan uitproberen op jullie.

Dat voelde zo goed dat ik een brutale beslissing nam, je zou hier ook van overmoed kunnen spreken. Ik besloot dat ik een roman wilde schrijven (nieuw, onontgonnen gebied, maar een kniesoor die daarop let) en dan dezelfde manier van schrijven toepassen op dit verhaal: ik had een idee en ik zou dat idee uitwerken, vormgeven terwijl ik schreef. Organisch schrijven, zeg maar. Opgaan in de woorden, research doen als ik ergens tegenaan liep, zien waar ik zou uitkomen.

Welnu, lieve mensen: het experiment is mislukt.

Het lukt me niet in die godvergeten flow te blijven, het leven haalt me in. Zit ik net heerlijk te schrijven over abortus en gekte en dan zie ik dat er nog vijf minuten zijn om te douchen en aan te kleden. Het kindergespuis doet niet aan vrij schrijven en andersoortig decadent geneuzel. Met mijn hoofd vol dialoog en monoloog fiets ik vervolgens als een bezetene naar de school van mijn kinderen, de woorden stromen uit en over mijn hersenpan en op school aangekomen borrelt het verhaal lustig in mij door. De volgende dag sta ik allang niet meer op scherp en ben ik de helft van de fantastische kooksessie vergeten. Of nou ja, niet vergeten: de woorden klonken mooier in mijn hoofd. Wat uit mijn vingers komt is slap aftreksel van de meestersoep van de dag ervoor.

Een margedag, twee margedagen, ziekte, een huis dat schoon moet, een lijf dat in beweging moet als ik niet wil atrofiëren, o ja, waar was ik ook alweer gebleven met het laat-maar-zichzelf-schrijven experiment. Wie geen lijn uitzet kan maar beter non-stop schrijven zodat de lijn zichzelf stuurt. Elke dag jezelf weer moeten onderdompelen in een verhaal dat pas gaat leven als je de pen oppakt is niet te doen, althans niet voor mij.

Wel godverdomme! Dit gaat mij lukken! Dit kan ik!

Maar ik ben geen James Worthy die zichzelf twee maanden vrijwillig laat opsluiten tussen de baardhipsters op het Noord-Groningse Hogeland om zijn roman (af) te schrijven. En waarom ben ik geen fucking James Worthy? Omdat ik niet wil dat mijn familie last ondervindt van mijn geschrijf? Omdat ik schrijf in de tijd van school en werk en o ja, de bibliotheekboeken moeten ook terug worden gebracht en de oudste moet naar de orthodontist vandaag? En waarom schrijf je dan niet als je kinderen slapen, ’s nachts, in het weekend? Omdat ik dan mijn hoofd moet uitschakelen, omdat ik wil slapen, omdat ik naar het bos wil met mijn familie, omdat?
Ja. Daarom.

En daarom zit ik vast. Geen writersblock, wel een koppige ezel die iets heeft bedacht en vertikt te accepteren dat een roman schrijven niet hetzelfde is als luchtkussen blazen. Volgende keer een plan, een plot, elke godvergeten dialoog tot de laatste punt bedacht voor ik begin met schrijven, alle vreugde tot de laatste druppel eruit geknepen. En dan de stukjes methodisch aan en in elkaar leggen tot het past, zei de non-fictie schrijver.

En voor u denkt dat ik de handdoek in de ring heb gegooid: nee.