Stoppen met schrijven

Dat een kennis stopt met schrijven omdat zijn boeken niet verkopen. Zijn artikelen niet aanslaan. Er geen doorbraak is waar hij op hoopte. Dat niemand op hem zit te wachten, in zijn woorden. Dat het voelt of hij onzichtbaar is. Dat hij zijn huur niet meer kan betalen met zijn pen en daarom maar in een tent woont op een wei. Het raakt me. Het zet me aan het denken. Want waarom schrijf je, waarom schrijven wij schrijvers?

In den beginne waren daar de dagboeken, optekenboekjes vol gedichten, toneelstukken en verhalen. Die schreef ik alleen voor mezelf, geen hond hoeft te lezen hoe mijn kapotte plaat ad nauseam overslaat. Later, toen ik me nog journalist noemde, schreef ik ook, maar werd ik betaald voor mijn woorden. Ik verzamelde en organiseerde ze, stapelde ze zodat er een woordberg ontstond die ik afleverde bij een opdrachtgever die erom had gevraagd. Of iemand het las en of erover werd gepraat boeide me niet. Ik kreeg het geld, zij het stuk, het was een transactie en iedereen was tevreden. Het waren mijn woorden, soms was ik tevreden of zelfs trots op iets wat ik had afgeleverd, maar mijn ideeën waren het niet. Er knaagde iets.

Ik besloot dat ik niet meer in opdracht wilde schrijven. Ik wilde zelf bedenken, zelf scheppen, zelf puzzelen en ja, ook delen. Ik voelde een oerbehoefte om te schrijven over de dingen die mij raakten, die uit mijzelf waren ontsproten en die behoefte was zo groot dat ik bereid was mijn inkomsten op te geven en helemaal opnieuw te beginnen met niks. Toegegeven: zoiets valt alleen vol te houden als er een spaarpot is, een erfenis, een partner of sugardaddy/mommy. Een mens heeft iets nodig om op te kauwen anders valt ie om. In mijn geval was er een partner die bereid was alleen voor inkomsten te zorgen, maar het was hoe dan ook een keuze met heel wat consequenties. Het voordeel woog vele malen zwaarder dan de nadelen: ik ben mijn eigen schepper. Kleren kun je ook bij de kringloopwinkel kopen en als ik mijn haar in een vlecht doe is het prima zelf te knippen. Eten van de Aldi is ook eten. Scrub van het Kruidvat werkt net zo goed als een behandeling door een schoonheidsspecialist.
Geld faciliteert, maar geldloos maakt soms ook creatief. Ik ben hier, ik schrijf en dit is wat ik wil. Ik ben gelukkiger en armer dan ik ooit was. Ik zou graag mijn brood willen verdienen met schrijven, mijn schrijven dan dit keer, maar ik besef dat ik daar niet of nog niet ben en dat ik dat zo erg niet vind.
De erkenning die het betaald krijgen, het groots verkopen, met zich meebrengt of kan brengen: kijk nu praten we ergens over. Maar erkenning kan ook zonder geld. Ook daar ben ik (nog) niet. Als ik zou moeten kiezen tussen geld of erkenning dan koos ik voor die laatste, zonder enige twijfel. Het zijn mijn woorden, ik gun ze vleugels en gewicht. Ik vind dat ze het waard zijn, maar daar zal ik eerst u van moeten overtuigen.

Zou ik zo ook praten als mijn huis me werd afgepakt, als ik in een tochtige tent tussen de koeienstront stond? Ik denk het wel, maar heel realistisch is het niet. Zie je, ik móet schrijven. Dat gaat niet weg, ook niet als ik in een tent woon. De aard van het geschreve zal wel veranderen tussen de koeien, beeld ik me zo in. Ook is er is geen keuze tussen goedkope peeling of een luxe behandeling als er helemaal geen cent te makken is. Het is simpel: er moet brood op de plank. Scheppen en bedenken zijn allemaal mooi en wel maar zonder geld verdwijnen zij naar de achtergrond. Dan moet er eerst geld in het laadje. Schoonmaken, boeken verplaatsen in de lokale bieb, kinderen verschonen op het kinderdagverblijf, misschien zit er iemand op nog een journalist te wachten, het lijkt me stug maar je weet het niet, als het maar geen vast bureau op een kantoor is, want dat zou ik niet meer overleven.

Maar altijd, altijd zou die drang om de wereld te aanschouwen blijven, de beelden en woorden te internaliseren en er dan over te schrijven. Dan maar een pen mee naar de wc, een uur later slapen, dichtslibben op de bank omdat ik mijn woorden belangrijker vind dan de sportschool. Ik stop niet meer. Nooit meer.

(En ik zou willen dat mijn kennis ook bleef schrijven, maar dat weet hij.)