Rimpels in een oppervlak

Toen ik Verloren Taal schreef had ik een doel: ik wilde het boek afschrijven. En afschrijven deed ik. Toen het af was wilde ik maar een ding: dat het werd uitgegeven. En na omwegen en frustratie kwam daar dan eindelijk een publicatie. Met foto’s en documenten, op een stamboom na precies zoals ik het me had voorgesteld.

En toen werd het een beetje troebel. Er was veel publiciteit maar geen matching verkoop. Sta je dan met al je iqpunten niet te snappen waarom je kop wel verkoopt maar je woorden niet. Wat is het nut van elke keer met mijn treurige gelaat in een blaadje staan als de letters waar het om te doen was niet aanslaan, niet gulzig worden opgeslurpt? Lastig. Waarom verder schrijven? Waarom überhaupt schrijven? Het is niet dat ik mijn rekeningen ermee kan betalen, misschien maar weer terug naar iets wat wel brood op de plank brengt.

Iets zegt me dat iemand haar doel niet duidelijk had.

Weet je, ik ben geen heilige, ik zou liegen als ik zeg dat aandacht me niks doet. Ik wil gelezen worden. Ik wil dat mijn woorden ertoe doen. Kom aan, lach. Lach me uit. Erger je, laat je door mij ontroeren, herken jezelf in mij. Vind iets van me, maar lees me godverdomme.
Gelezen worden, een rimpel in iemands gedachten veroorzaken, is niet hetzelfde als aanbeden worden, schitteren en groeien in de glitter en de lichten van het podium. Ik wil dat het u om mijn woorden gaat, niet om mijn prozaïsche persoonlijkheid. Niet om mijn tafelgewoonten, mijn bedmanieren. Ik ben niet op mijn best als de band verstomt. Als de microfoon aangaat en alle ogen op mij zijn gericht. Zie hier, ik ben uw toetsenbordheldin, uw woordkunstenares, ik snoei de letters voor u zodat u kunt genieten van een aangenaam alfabetboeket, de jungle door, mijn machete kapt kaf van koren, ik gaar de woorden voor, maar serveer geen kapotgekookte troep, al dente tekst komt op uw bord. Ik ben geen stroboscoopkoningin, ik floreer in de coulissen, ik ben uw Backdoor Ally, uw Johnny on the spot. Ik ben het liefst onzichtbaar, maar zeker niet zonder naam. Ik wil dat u met smart wacht tot ik u voed met mijn lettervermicellisoep.

Maar boven alles wil ik dat u mij niet kent van interviews en optredens en talkshows en fotoshoots. Ik wil dat u mij kent van mijn letters. En hiermee kom ik dan weer terug bij mijn doel: ja ik wil dat u mij leest. Ik wil dat iedereen mij leest, maar het liefst wil ik vrij zijn, schrijven, letterkettingen maken omdat ik niet anders kan. En dat laatste weegt zwaarder dan het eerste: ik schrijf omdat ik niet anders kan, ook al raak ik geen hond met mijn woorden, ik schrijf omdat ik geen andere keuze heb.

Hoe krijgt een schrijver een ander mens zo gek zijn waanzin te lezen? Hoe leert u over mijn bestaan als een meisje geen naam heeft? En daar komen weer de kruiwagens en de hulpmiddelen om de hoek kijken die het doel heiligen. Ik ben dus niet te beroerd mijn persoonlijkheid in te zetten om u over te halen mijn woorden te lezen, maar ik waarschuw u alvast: op papier is ze beter dan in het echt. Dat u straks niet komt aankakken met dat ik tegenviel op dat podium, dat ik raar lachte en gekke onaangepaste dingen tegen u zei na afloop. Ik kom graag bij u voordragen, ga met liefde met u in discussie, laat me interviewen en draag een clownspak als het mij helpt u van mij te overtuigen, maar nog liever heb ik dat u mij leest en nog lieverder schrijf ik in vrijheid mijn letters tot woorden.

En dan stiekem hopen dat dat schrijven rimpels in een oppervlak veroorzaakt.