Dood

Over een maand is de man die mijn vader was dertig jaar dood. Dertig jaar lang heeft de man die als Kvetoslav Florian Prazdny in Tsjechoslowakije ter wereld kwam niet meer zijn benen over elkaar geslagen, adem gehaald, iemand uitgescholden voor domme koe, de hond uitgelaten en ook niet een excuus van een vervanger met de naam Cathy die veel te dik is en eerder waggelt dan rent wat nergens over gaat want een hond moet rennen. Hij kan mij nooit meer zeggen dat ik zijn dochter niet ben als ik zeg dat ik pi niet snap, ik hoef me nooit meer te schamen omdat hij zoveel zweet bij het touwtje springen. Ik kom er nooit achter of ik groter zou zijn geworden dan hij. Hij heeft me nooit zien afstuderen en ook niet zien trouwen met de neef van zijn vrouw. Hij weet niet dat hij kleinkinderen heeft, mijn papa. Al dertig jaar lang moet ik mijn ogen dichtknijpen om iets van beeld te krijgen, maar soms komt er niks of dan zie ik een ex of de clown It. Kon hij nog maar een keer komen, dan zou ik me niet meer schamen dat hij zo zweette, het niet erg vinden dat hij mij dom noemde omdat ik een minder licht was dan hij had gehoopt. Dan zou ik op mijn tenen gaan staan en zeggen dat ik in ieder geval langer was dan hij.