Geprivilegieerd

Ik geniet met volle teugen van mijn privilege me niet bezig te houden met defcon-4, bozewittemannetjes, een dikke communist uit Noord-Korea of zijn even ranzige soortgenoot van een andere overtuiging in een land even over de plas water, gemekker over woordkeuze, formatie/formaniets, neonazi’s en antifa’s. Ik besef goed dat dat het is: een privilege. Als je het vergelijkt met mensen in Syrië, in een vluchtelingenkamp of godjezus met wie niet, heb ik het goed. Ik kan ervoor kiezen mijn non-nieuws pet op te zetten en me alleen met mijn aanstaande menstruatie bezig te houden of de dikke Portugezen op het strand. Bij het ontwaken met wat ik vanavond wil eten, of ik me klem wil zuipen of dat ik vanavond voor de verandering eens niet zal drinken. Of ik weer geen zin heb om mijn tanden te poetsen en dat dat mag van mezelf of dat ik weer dezelfde onderbroek wil dragen. Geen fooi geef, de plaatselijke gehandicapte vandaag eens niet groet of toch wel, een jurk of een korte broek aandoe. De keuzes van een zwaar geprivilegieerd mens.
Het is zoals vroeger wanneer we niet wilden eten: ‘Eet je bord leeg want de kindertjes in Afrika hebben honger.’ Ik had een heleboel op deze zin aan te merken, met voorop de onlogica van de zin zelf, en verder kon je dan in discussie gaan wat je wilde, wat ik natuurlijk ook deed want ook toen was ik al een irritante betweter, maar je won het nooit: het bleef gewoon bek houden en je bord leegeten. Zelfs een tegenargument als: ‘Ja maar als ik het nu opstuur naar Burkina a Faso in een envelop is het bedorven voor het aankomt’ vond geen begrip. Dat het appels met peren vergelijken was vond ik toen ook al, maar zelfs ik hield op met het proberen door te prikken van zoveel krommigheid. Dat ik tegenwoordig nooit mijn bord leeg eet en altijd wat laat liggen zal mijn passief-agressieve daad van verzet wel zijn.
Het klopt inderdaad, als je de logica van vandaag de dag volgt. Ik heb het goed en heel veel anderen niet. Zelfs in Nederland zijn genoeg mensen die het minder goed hebben dan ik, ook al ben ik vrouw, uitbundig behaard en met ietwat donkere huidskleur, halve jood, tweede generatie allochtoon (sorry geen politiek correct geneuzel voor mij) en voormalig blind paard. Er valt genoeg op mijn privilege af te dingen en toch kom ik er mee weg: af en toe geen reet geven om de wereld en zijn zorgen. Ik maak het dan weer ruimschoots goed met liefde en zorgen voor beestjes en natuur. Dat er nu een heleboel mensen zijn die mij een onattente kuttekop vinden neem ik dan maar voor lief.
Ik weet dat het een voorrecht is en ik kan er niks aan doen. Nou ja, wel natuurlijk, maar ook als ik er iets aan doe blijf ik zitten met de rode letter ‘P’ op mijn voorhoofd, het enige verschil is dat ik dan laat zien dat ik deug. Ik deug dus even niet, jongens. Sorry not sorry, ik wil er ook niks aan doen, ik wil met volle teugen met mijn bevoorrechte hol op het strand liggen zonder me schuldig te voelen dat ik niet opgewonden meeschreeuw in het koor der verontwaardigden. Ik ga mezelf niet slaan omdat anderen het slechter hebben, ga mezelf geen nachtmerries aanpraten omdat ik me net zo verrot moet voelen als de winkeliers in Hamburg zich onlangs voelden, ja ik dacht ik maak even een grapje. Ik heb geen zin om op de barricades te staan om een wave tegen Trump te maken of me als jood uit te spreken tegen Israël.

En waarom niet? Nou heel simpel, omdat ik momenteel liever geniet van mijn vakantie en de vinho verde. De wereld gaat ook zonder mij wel door met krankzinnig zijn, in brand staan, de strijd der kemphanen gaat ook zonder mij onverdroten voort.
Ga ik nu even nadenken of ik mascara op zal doen of niet en daarna koffie drinken en taart eten. Leeghoofdig gepriviligeerd oud meisje dat ik ben.