Rare jongens, die Friezen

Ik heb soms het idee dat minstens de helft van de wereldbevolking, of dan toch in elk geval dat deel dat woonachtig Is in de vier noordelijke provincies, uit Friezen bestaat. Waar ik ook kom, een pretpark in Overijssel, een willekeurig Waddeneiland, een gezellig middagje sauna of gewoon op de markt in mijn eigenste Grunn, overal hoor ik hun merkwaardige nasale stemmen, met die zangerige (soms keihard zeurderige) intonatie tegen het eind van een zin. Alsof je naar Deens luistert, maar dan zonder dat dronkemansgebrabbel.
Ik kan het doorgaans verstaan, een gevolg van decennialange passieve blootstelling aan de stugge buren en hun wonderlijke taaltje. Niet dat ik daar op zit te wachten, overigens.

Een paar weken geleden zat ik op de boot naar Vlieland en hoorde ik enkel Fries om me heen. Als ik mijn ogen dicht deed, waande ik mij in een kippenhok. Iemand vertelde mij ooit dat ons land in de zomervakantie overspoeld wordt door Duitse horden, maar daar heb ik in mijn beperkte leefomgeving nog nooit wat van gemerkt. Friezen van het Woud, uit het klei, van de meren, Liwwadders: ik herken hun tongval en jawel ze waren er allemaal, met z’n allen op de boot. Geen Oosterbuur te bekennen.

Momenteel zit ik in het vliegtuig naar Faro ingeklemd tussen allemaal Friese families. Ik deed een dappere poging mijn actieradius te verruimen door naar Portugal te gaan, maar ik had net zo goed thuis kunnen blijven. De geluiden uit de omgeving worden een brij van lage tonen, maar de stemmen van de Friese landgenoten weigeren op te gaan in de soep, hun hoge, hysterische uithalen nonconformistische zendelingen van het ware geloof. Hebben alle Friezen soms een heliumei vastzitten in hun strottenhoofd? Bij deze geluiden hoort veel blond, veel gezond vlees op stevige botten, blozende wangen en blauwe ogen. Een enkele bruinoog, een paar donkerharigen, de Friese meisjes van van mijn leeftijd die hun exotische look uit flesjes Schwarzkopf hebben gehaald niet meegerekend. Net mensen, die Friezen.

Ik hou van hun koppigheid, hun warsheid van opzichtig gedrag, van overdreven doen, hun botte manier van praten, hun directheid. Ik heb in mijn dagen ook wel een Fries of twee bemind. Ik hou van hun provincie, hun bossen, hun meren, hun jaloersmakende Waddeneilanden (stiekem reken ik ze tot de provincie Groningen, laat de Friezen Texel maar nemen), ik hou zelfs van hun dat wat voor humor moet doorgaan.
Het enige waar ik niet warm voor kan lopen, en geloof me, ik heb het geprobeerd, is dat taaltje van ze. Geen dialect, pas op!, ze spreken in Friesland een heuse taal. Maar godvergeme, kristus op in hynder: het is niet om aan te horen.