Schrijven is kut

Schrijven is soms onvoorstelbaar kut.

Dan vlot het niet, zit je klaar met je koffie en je moleskineboekjes en heb je al je rituelen achter de rug en komt er geen woord, geen ene fucking letter uit je pen. Dan zit je daar maar te zitten, humeur om op te schieten en balend dat je niet een echt beroep hebt gekozen. Die Amerikanistiek die je koos, daar was geen carrière in aan te vangen en sinds die baardaap op zijn lelijke slippers is de Amerikanistenmarkt ook wel zo’n beetje verzadigd.
Soms is schrijven ook kut vanwege de onderwerpen die je kiest, of beter nog: die onderwerpen die jou kiezen. Ik doel nu niet op een interview met een vervelend of saai persoon uitwerken tot een boeiend stuk, maar op die onderwerpen die zich aan je blijven opdringen, wakend of slapend, die onderwerpen die je niet loslaten tot je over ze schrijft. Het probleem is dat ik helemaal niet wil schrijven over die onderwerpen, maar het is volstrekt duidelijk dat er aan de andere kant anders over wordt gedacht. Shut up and write, woman. Ik verzet me, echt ik heb het geprobeerd, maar hoe harder ik dat doe, hoe opdringeriger en levendiger de onderwerpen worden.
‘Jongens,’ zeg ik dan. ‘Rot op. Ik schrijf liever over iets leuks, iets grappigs. Ik wil niet schrijven over iets waarbij ik heel diep moet voelen, over iets wat pijn doet. Waarmee ik, god verhoede, in mijn hemd kom te staan.’ De onderwerpen malen niet om mijn woorden van afwijzing en zetten een tandje bij.
En dan is het best kut, schrijven. Dan is het een worsteling. Niet om de woorden te vinden -juist niet. Zit je klaar, stuurs, kont-tegen-de-kribberig te wezen en dan spuiten ze uit je pen als stront uit het achterwerk van een middelgrote koe. Er komt geen einde aan, ze blijven maar komen. En rekening houden met jouw gevoelens? Natuurlijk niet. Jij bent een simpel doorgeefluik, als de onderwerpen de woorden in jouw hoofd konden schrijven, hadden ze dat al lang gedaan. En dus geef je toe, je schrijft, je schrijft tot je vingers kapot zijn en het onderwerp tevreden is. Dan sluit je je ogen even en laat een diepe zucht ontsnappen.
Het maffe is dat ik ze dankbaar ben, die opdringerige onderwerpen. Het is namelijk heel makkelijk, schrijven over simpele zaken. Je schrijft ze en als de laatste punt is opgedroogd ben jij alweer de kat aan het kammen of een lege wc-rol aan het vervangen. Het zijn de dingen die schuren die moeite kosten. Ze vreten energie, doen pijn. Maar die laatste punt, die zet je met genoegen. Wat daarna volgt is opluchting, blijdschap soms zelfs. Je hebt het gedaan, je flikte het ‘m. Je keek je demonen, je angsten, je ongenoegen in de ogen, wroette en poerde in donkere hoekjes en door vuil bedekte gaten en voelt je bevrijd.
Lichter dan je was.