Zak

Moeder pakt de strandtassen uit, vader klapt de parasols open. Mama smeert de kinderen in, papa heeft twee paarse zakjes in zijn hand. Nieuwsgierig kijk ik naar hem. Wat zijn dat voor zakjes? Wat gaat hij ermee doen? Het lijkt erop dat hij het zelf ook nog niet weet, aan zijn gezicht te zien. Hij legt er een weg en klapt de ander open. Het is lang stuk stof, een soort tentzeil. Dan zet hij het op een soortement drafje, kataklop kataklop, hardlopen voor het goede doel. Hij houdt het lange stuk stof achter zich, probeert de westenwind te verleiden in de zak te gaan. De wind geeft geen sjoege. Hij wappert met de zak, van boven naar onder en van links naar rechts, maar de zak en de wind hebben er geen zin in. Moeder kijkt toe, dochters lachen hem uit en zoon staat met handen in zijn zij te kijken terwijl je hem hoort denken ‘hou op, ouwe geit, ik schaam me kapot voor je.’

De man kent geen genade, weet niet van ophouden. Die tyfuswind moet in die veel te dure hipsterzak, al is dat zijn laatste taak op aarde. Hij doet nu silly walks, aait de zak, rent de verkeerde kant uit, met de wind mee. De wind gaat nog steeds niet in de zak.
Ik lig op mijn strandlaken en blijf er bijna in. Wat is dit voor zak? Op internet lees ik dat hij Chill Bag heet, maar dat is wel een heel slechte naam als ik de papa jandoedel zie stuntelen. Dan zie ik nog zo’n zak staan. Ontworpen door een Nederlander. De naam van het ding getuigt van humor, maar niet van internationale handelsgeest: Lamzac. Dat past ook niet echt bij deze dappere dodo.

Zoon heeft zich inmiddels omgedraaid. Hier hoort hij niet bij. Moeder schudt haar hoofd; heeft zij weer, een man die het niet doet. Dochters zijn nergens te bekennen. Maar de man geeft het nog steeds niet op, ook al verlaat zijn vrouw hem voor een man die wel een windzak kan vullen, dan nog gaat hij door. En hij rent en draaft, bukt en strekt en tot mijn verbazing weet hij zak een met westenwind te vullen. Ik knik hem bemoedigend toe, maar hij ziet het niet. Te druk bezig met zak twee.