Aankomst

Gisteren op Vlieland aangekomen. Stralend weer, zon brandde op mijn rug, gelijk zin in bier en sigaretten, oude knaagdieren, wie kent ze niet. Loeizware tas afgegeven aan mens van de mannelijke overtuiging, ik droeg de vliegers naar het kampeerterrein en wreef in stilte mopperend over mijn pijnlijke spieren. Elk jaar ga ik hierheen, maar dit eiland en elk jaar is het weer fijn, al moet ik zeggen dat ik altijd even om moet schakelen. Van in mijn eentje de hele dag thuis naar een campinglife met allemaal Hidde’s, Aafke’s, Beren en Lotte’s en andere lieve hoogblonde kindjes uit oud zuid en bijbehorende pappies met verwaaide haren en zakmessen aan hun riemen en verlangende blikken naar 5 uur als ze legitiem op het terras van de Bolder hun halve liter Erdinger mogen drinken en naar de andere mammies mogen kijken en ook de mammies met hun frisse gezichtjes glimmend van de nivea en de kleurige King Louiejurkjes en groene teennageltjes en armbandjes rinkelend aan hun bruine polsen.

Ik moet ook wennen aan de kleine ruimte die ik moet delen met mijn familie, aan het zand dat overal zit, aan het wachten op de douche achter 27 tienermeisjes die zich klaarmaken voor een lange zinderende nacht met de mogelijkheid tot meer.

En dan ben ik gewend en kan ik me ontspannen. Die eerste klim omhoog de duinen op en dan het strand en de zee zien! Die eerste wandeling op het strand op blote voeten en dat je dan spieren voelt in je tenen die je al een heel jaar niet hebt gevoeld! Het wakker worden door krijsende meeuwen, de regen die tikt op het tentdoek en het licht, dat prachtige licht dat alleen op onze waddeneilanden zo schijnt!
Ik haal diep adem en ben blij dat ik leef.