Niet literair genoeg

Ik had een beursaanvraag gedaan bij het Letterenfonds voor mijn nieuwe boek en die aanvraag werd afgewezen. Vond ik niet leuk, maar ook zonder gratis geld blijf ik schrijven en aangezien ik toch een paar kilo moet afvallen, leek het me een goede motivatie nu echt met het op een houtje bijten te beginnen. Prima samenloop van omstsndigheden, omdenken, je weet wel, kan ik heus.

‘Ben je niet nieuwsgierig naar de reden dat ze je geen gratis geld willen geven?’ vroeg iemand. ‘Misschien kun je iets met de feedback of misschien past je voorstel niet in hun straatje, is het helemaal niet omdat het niet goed is.’ Ik had alleen een algemene afwijzing gekregen: zoveel aanvragen, maar een kleine zak gratis geld te vergeven, blabla, stiff competition. Misschien was het een goed idee, die uitgebreide motivering voor de afwijzing en ik stuurde een mail.

Gisteren kreeg ik hem binnen, hoor. Die uitgebreide motivering en ik ben er nog niet over uit of ik mezelf nu moet opknopen of dat ik heel hard in lachen uit wil barsten. Zo’n hysterische lach met lange gierende uithalen dan, compleet met een spastisch trillend oog en afgekloven nagels. Misschien beiden. Of misschien moet ik ook maar gewoon mijn schouders ophalen en denken dat ik mijn journalistieke carrière, of wat daarvoor door moet gaan, aan de wilgen heb gehangen omdat ik wilde schrijven. Niet voor een zak gratis geld.

Dat het Letterenfonds weinig vertrouwen heeft in een geslaagde literaire uitwerking van mijn werkplan, ze daar mijn boek Verloren Taal een onbevredigende leeservaring vinden en ook geen hoge pet op hebben van het literaire gehalte van dat boek, yeah, well, that’s just, like, your opinion, man. Ik ploeter vrolijk verder, soms min het vrolijke gedeelte, zoals nu, maar doorgaan zal ik.

En ik ga nu dus afvallen, dankzij het Letterenfonds. Lang niet slecht, toch?