Interview Hebban over Verloren taal

Willen weten waar je vandaan komt is universeel

Bronja Prazdny is kind van gevluchte ouders. Hoewel zij zelf in Nederland is geboren en getogen heeft ze zich altijd anders gevoeld, ontheemd. Zij is haar moedertaal, Tsjechisch, verleerd en ervaart een bijna lichamelijke pijn als ze zich realiseert dat zij bijna niets weet van de geschiedenis van haar familie. Zij besluit op zoek te gaan naar haar roots en deze zoektocht te verwerken tot het boek ‘Verloren Taal’.

Kind van vluchtelingen

“Het is een organisch proces geweest”, licht Bronja de reden voor haar zoektocht toe, “Niet dat ik van de ene op de andere dag besloot een zoektocht te beginnen naar waar ik vandaan kwam, maar op een gegeven moment was de tijd gewoon rijp om een zoektocht te starten naar de pijlers van mijn identiteit, dat deel dat niet-Nederlands was. Ik ben namelijk niet alleen Nederlandse, ik ben óók kind van vluchtelingen uit het communistische Tsjechoslowakije en Joods, hoe goed ik ook geassimileerd ben”.

 

Haar zoektocht begon met lange gesprekken met haar moeder. Gesprekken die voor haar moeder niet altijd makkelijk waren, zeker als ze spraken over de laatste twee jaar dat zij in Praag woonde. “Haar vader was naar het Westen gevlucht, haar moeder was toen al een paar jaar overleden, en ze voelde zich er erg eenzaam”, vertelt Bronja over deze heftige tijd . “Sommige verhalen hoorde ik voor de eerste keer, zo diep zaten zij in mijn moeder weggestopt. En toch vertelde zij ze nu aan mij en heeft ze iets in zichzelf overwonnen. Omdat ze belangrijk zijn, gehoord mogen worden. Ik ben haar daar zo dankbaar voor. Die ‘sessies’, waarin wij niet alleen over haar leven, maar ook over dat van mijn opa, mijn vader en vele anderen spraken, zijn voor zowel mijn moeder als voor mij van onschatbare waarde gebleken. Ze vormen niet alleen de basis van mijn boek, maar ze hebben ons ook dichterbij elkaar gebracht”, blikt Bronja terug.

Helende reis

Het graven, de gesprekken, het spitten in het verleden valt Bronja soms heel zwaar. Niet alles wat boven water kwam, was leuk. Als voorbeeld geeft Bronja haar besluit om EMDR-sessies te doen om haar moedertaal, die ze sinds haar derde niet meer gesproken heeft, terug te krijgen. Helaas zonder succes. Bronja vertelt hierover: “De taal is voorgoed verloren en dat was best wel even slikken. En toch, ondanks alle obstakels, ben ik blij dat ik dit boek heb geschreven. Alle kennis heeft mij namelijk completer gemaakt. Die delen van mijn identiteit die volledig uit beeld waren geraakt, zijn meer op de voorgrond gekomen. In zoverre was het een helende reis voor mij maar ook voor mijn moeder. Ze heeft heel wat moeten overwinnen, maar ook zij is er sterker uitgekomen”. Dat haar moeder nauw betrokken was bij het project is duidelijk. Bronja vertelt dat ze het boek van te voren heeft gelezen en dat ze haar het eerste exemplaar van het boek heeft overhandigd. “Toen ze het uit had, kreeg ik een heel ontroerend mailtje van haar waarin ze me schreef hoe trots ze op mij was. Vlak daarna kwam ook een lijstje met alle dingen die niet klopten. Dat is naar de uitgeverij gegaan. Correcties voor een volgende druk, sprak zij zelfverzekerd”, vervolgt Bronja lachend.

Gevoel van verbondenheid

Ondanks dat de zoektocht haar bij tijd en wijle emotioneel niet makkelijk, is ze heel blij dat ze deze sprong in het diepe gewaagd heeft. Het heeft ertoe geleid dat ze de onbekende familieleden, ondanks dat ze overleden zijn, heeft leren kennen. Familieleden die door haar research voor haar tot leven kwamen. ”Iedereen kent de verhalen van de joden die bij razzia’s werden opgepakt en op transport naar de vernietigingskampen werden gezet, maar als je de minutieus gedocumenteerde verslagen van bloedverwanten voor je neus hebt en zo kunt volgen waar en wanneer ze werden opgepakt en naar hun dood werden vervoerd, krijgt deze kennis een andere lading”, licht Bronja desgevraagd toe over deze emotionele tijd. “Ik voel me nu veel meer verbonden met de bekende doden, mijn opa en mijn vader, als ook met mijn moeder, die gelukkig nog leeft. Ik voel me dichterbij omdat ik meer over ze weet. Ik weet dat ik op mijn moeder lijk, maar ik ben er bijvoorbeeld ook achtergekomen dat ik best veel karaktereigenschappen van mijn vader heb”, vervolgt ze. “Meer dan ik aanvankelijk dacht. Hierdoor voel ik me meer met hem verbonden, ook al is hij al heel lang geleden overleden. Dat geeft een bitterzoet gevoel, maar aangezien ik een ‘sucker’ ben voor melancholische weemoedigheid, heeft het toch een positieve lading”. Ze vertelt verder dat het duiken in de levens van haar familie via verhalen, brieven, videobanden, documenten, foto’s en archieven, en de kennis die ze daarmee vergaarde resulteerde in een groter gevoel van verbondenheid. In meer begrip voor de keuzes die ze (niet) maakten en voor de manier waarop zij hun levens hebben geleefd. “En zoals in het geval van mijn moeder nog leven, “bless her soul”, zegt ze vol liefde.

Indrukwekkende reizen

Behalve de intensieve gesprekken met haar moeder brengt haar research haar ook naar Israel, Tsjechië, Engeland en Amerika. In het archief van StB, de Tsjechoslowaakse geheime dienst in Praag, dat zij samen met haar moeder bezoekt, doen beiden een bijzondere ontdekking. Bronja: “In het dossier van mijn moeder vonden we een brief die haar vader aan haar schreef in de zomer van 1966 op haar vakantieadres in Bulgarije. Hij schreef vanaf een camping bij Venetië, halverwege zijn vlucht uit Tsjechoslowakije. Zijn tweede vlucht. De eerste keer was in 1939 toen hij als jood net op het nippertje het land wist te ontsnappen. In deze brief vertelde mijn opa over het waarom van zijn vertrek en hij verzekerde haar dat alles goed zou komen. Het was een oneindig lieve brief, waar veel genegenheid uit sprak. Maar de brief heeft mijn moeder nooit bereikt. Hij werd onderschept door een stille, een Stb-er die meereisde naar het vakantiekamp in Bulgarije. Pas vele decennia later las zij hem voor het eerst, haar vader allang dood en zij geen meisje meer maar moeder van twee volwassen kinderen. Het heeft een diepe indruk op mij gemaakt”.

Een andere bestemming die heel veel indruk op Bronja en haar moeder hebben gemaakt is Yad Vashem in Jeruzalem. “Zowel mijn moeder als ik hebben een bezoek aan Israël altijd weten uit te stellen”, vertelt Bronja hierover. “Waarschijnlijk vanwege de minder prettige associaties die wij met het Jodendom hebben. Mijn moeder is kind van mensen die veel familie zijn kwijtgeraakt in de Sjoa. Jood zijn was niet iets waar je mee te koop liep”. Het feit dat haar moeder bij haar geboorte, vlak na de oorlog, voor de Tsjechoslowaakse kerk is gedoopt geeft Bronja als voorbeeld. Een ander voorbeeld dat daar op zou kunnen wijzen is dat veel joden ook hun achternaam veranderden, en hoewel ze niet weet wat daar de precieze redenen voor waren, geeft het in ieder geval wel aan dat ze niet te koop wilden lopen met het feit dat ze joods waren. Ook Bronja zelf is niet joods opgegroeid. “In mijn opvoeding had het jood zijn geen negatieve lading meer en speelde het helemaal geen rol. Toch hebben wij allebei altijd een nogal ambivalente houding gehad ten opzichte van het Jodendom en de joodse cultuur. We wisten ons er simpelweg geen raad mee. Dat we toch naar Israël gingen was een grote stap, zeker voor mijn moeder”, vervolgt ze. “Naar Yad Vashem gaan was zo mogelijk nog ingewikkelder, maar ook dat hebben we gedaan. Die middag daar in dat immens grote gebouw vallen onder de meest intense uren van mijn leven. Wat ik daar heb gezien en gevoeld is eigenlijk met geen pen te beschrijven, maar ik heb een poging gewaagd. Ik denk dat ik precies daar, in Yad Vashem, voor het eerst daadwerkelijk voelde dat ik verbonden ben met al die mensen die zijn vermoord in de concentratiekampen van Hitler cs. Het was niet meer enkel een theoretisch gegeven, het kwam keihard binnen, om het maar eens populair te zeggen”.

Thuiskomen

Wat haar bezoek aan Israel nog meer bijzonder maakte was dat, hoewel ze er nog nooit eerder was geweest, ze een gevoel van thuiskomen, herkenning ervoer. Op de vraag of ze ooit heeft overwogen of te emigreren naar Israel antwoordt Bronja bevestigend: “Ik heb het inderdaad wel even overwogen, maar uiteindelijk is Nederland toch echt mijn thuis. Ik ben hier opgegroeid, heb hier gestudeerd. Ik ben Nederlandse, met lange wortels naar elders. En dat is prima nu ik weet waar mijn familie vandaan komt en wat ze heeft meegemaakt. Die achtergrond hoort bij mij, bepaalt deels wie ik ben, maar hier is mijn thuis”, klinkt het resoluut.

‘Op de huid’ geschreven

In ‘Verloren Taal’ beschrijft Bronja heel open over haar gevoelens, pijn, soms irritaties en onmacht waarmee ze zichzelf, haar ziel, heel erg bloot geeft. Het maakt haar verhaal wel bijzonder, emotioneel, echt en soms bijna pijnlijk om te lezen maakt. Op de vraag of ze het niet heel erg moeilijk vond om het resultaat uiteindelijk in een boek te delen waar iedereen er een mening over heeft antwoordt ze zonder aarzelen: “Ja, echt wel! Ik denk echter dat ik dit niet boek had kunnen schrijven als ik ervoor had gekozen enkel mijn familiegeschiedenis te schetsen, plus wat historische achtergrondinformatie voor de context”. Ze vertelt verder dat juist dat persoonlijke component voor haar gevoel hoort bij dit verhaal. Dat ze er onlosmakelijk mee verbonden is. “Een andere reden waarom ik het zo ‘op de huid’ heb geschreven, soms zelfs zo dat het zo ongemakkelijk voelt dat je liever wilt wegkijken,”, vervolgt ze, “is dat ik hoop over te brengen wat vluchten allemaal te weeg brengt, of kan brengen. Dat de ontheemding niet stopt bij die eerste generatie. Om een voorbeeld te noemen: mijn moedertaal is voor altijd weg. Die pijn, die onmetelijke pijn: ik kan het maar moeilijk aan mensen uitleggen wat dat met mij doet. Door zo dichtbij mijzelf te blijven in het boek, door uit te spellen wat er met mij gebeurt als ik anderen wèl vloeiend Tsjechisch hoor spreken, en dan niet één keer, maar elke keer als het gebeurt, hoop ik hier iets van over te brengen. Van dat dubbele, ongemakkelijke gevoel ten opzichte van mijn moedertaal, maar ook de mensen waar ik niet mee ben opgegroeid, het land van mijn ouders en de joodse cultuur”. Ze weet dat ze zich hiermee enorm kwetsbaar opstelt, maar dat neemt ze op de koop toe. “Als er ook maar tien mensen zijn die de functie van de literaire ingreep van het op de huid schrijven snappen, voelt het alsof ik niet voor niets heb gedaan”, stelt ze.

Actueel thema

Het thema vluchten maakt ‘Verloren Taal’ ook bijzonder actueel met de grote vluchtelingenstroom die elke dag ons land binnenkomt. En hoewel het de familiegeschiedenis van Bronja is, is het een document geworden dat het persoonlijke overstijgt omdat het een verhaal is waar iedere vluchteling vroeg of laat mee te maken krijgt. “Het willen weten waar je vandaan komt, wat je afkomst is, is universeel”, vindt Bronja. “Hoeveel mensen duiken niet in hun familiestamboom, zijn nieuwsgierig naar hun voorouders? Stellen zichzelf de vraag wat hun afkomst voor hen betekent en hoe dit hen heeft gevormd?”. Het zijn vragen die bijna niet te beantwoorden zijn als je bent afgesneden van je wortels, doordat je ouders moesten vluchten en je door gesloten grenzen niet meer bij hun geboortegrond en achtergebleven familie kunt komen. Ze vermoedt dat we de vragen die in ‘Verloren Taal’ gesteld worden de komende jaren nog veelvuldig zullen horen. “Van de duizenden nieuwe vluchtelingen die naar ons land kwamen, zullen er velen blijven en een deel hiervan, of hun (klein)kinderen, zullen net als ik in ‘Verloren Taal’ de omgekeerde weg afleggen”, licht Bronja toe. “Terug naar het land van herkomst, op zoek naar het wie en het waarom achter het vluchten van de (groot) ouders. Deze zoektocht ‘terug’ is bijna essentieel om je identiteit compleet te maken. Ik ben immers niet alleen Nederlandse, maar ook het kind van vluchtelingen”.

Helma Koot voor Hebban, 12 februari 2016.